Komt dat schot!!!

Komt dat schot!!!

sport (de; v(m); meervoud: sporten)
1 - trede van een ladder
2 - allerlei lichamelijke oefeningen en ontspanning waarbij vaardigheid, kracht en inzicht vereist worden: aan sport doen; ergens een sport van maken (a) een kwalijke bezigheid tot gewoonte maken; (b) iets met ambitie doen, prestaties nastreven

spor·ten (sportte, heeft gesport)
1 - aan sport doen

Hier vind je een overzicht van alle strips waarin mensen onmogelijk stil kunnen blijven zitten.